Vandaag vertrokken we om 9.40 uur uit Patara om naar Pamukkale te gaan. Onderweg hebben we allerlei uitstapjes gemaakt. We maakten een kleine omweg via Ölüdeniz, een sprookjesachtige baai ofwel the blue lagoon. We zijn een heel eind doorgereden tot we de baai ver beneden ons zagen liggen met allerlei resorts en all-inclusivevakantieparken. We telden veertien (!) tennisbanen. Vervolgens gingen we verder naar Kayaköy, de verlaten Griekse stad Livissi. Aan het begin van de 20ste eeuw was dit nog de grootste stad van de regio. In 1923, na de oorlog tussen Griekenland en Turkije, was er een gedwongen ‘bevolkingsruil’. Alle Grieken moesten Turkije verlaten. De stad raakte in verval; huizen hebben geen daken en ramen meer. De enige bewoners zijn langharige geiten en een enkele koe. Door het toerisme is er weer leven in de brouwerij gekomen; er zijn allerlei kraampjes en winkeltjes. We hebben er een ayran gedronken en trokken toen verder naar Pamukkale, niet via de kortste weg maar wel de mooiste! We reden dwars door de bergen, met veel haarspeldbochten, en voelden ons echte explorers. Bijna niemand was er op de weg, des te vreemder was het dus dat er een nieuwe weg aangelegd werd. Na een omleiding leek het of we verdwaald waren maar uiteindelijk kwamen we toch weer op de goede weg uit. Het was een lange rit en daarom vonden we dat we een korte pauze met koffie en gebak in Acipayan hadden verdiend. Daarna gingen we richting Denizli waar we aan de andere kant van de stad de witte kalksteenterrassen van Pamukkale al konden zien liggen. Het was al laat toen we in Pamukkale aankwamen. Bij een soort snackbar eten we een soepje en/of een broodje. Later in een bar raki gedronken, was heerlijk!
patara
Dag 2: Patara, Tlos en Salikent
Het hotel heeft een zwembad, dus vóór het ontbijt zwemmen! Een heerlijk ontbijt overigens met omelet, tomaat, komkommer, olijven, kaas, jam en brood (en helaas oploskoffie van Nescafé!).


Vandaag stond Tlos op het programma. Tlos is een heel oude Lycische stad uit de 14de eeuw voor Christus. We reden over een zeer rustig binnendoorweggetje richting Tlos; geen auto gezien, maar wel veel kassen met tomaten en pepers. Op de bergen ligt hier en daar zelfs nog wat sneeuw. We konden lekker rondlopen tussen de ruïnes (helemaal niet druk), klommen omhoog en hadden een mooi uitzicht over de koningsgraven, het theater, het stadion, de marktplaats en de hamam.
Inmiddels was het warm geworden en vonden we verkoeling in het Yakapark: een en al water, het kwam zelfs uit de bomen! Tussen het watergekletter aten we een gözleme, een hartig pannenkoekje, en dronken we er ayran bij, een soort karnemelk. De lege waterflesjes konden we in het Yakapark vullen. Het water is heel koud. Vandaar dus het bordje met de volgende aanbieding: wie 5 minuten in het koude water blijft, krijgt een gratis drankje en wie 15 minuten erin kan blijven, krijgt een gratis maaltijd. Niemand ging de uitdaging aan en volgens mij eet je na die 15 minuten niet meer wegens onderkoeling.
Ons volgende doel was Saklikent, een kloof met snel stromend water. Je kunt er doorheen lopen met speciale uitrusting (schoenen, touwen, helm) en bij het eerste stuk krijg je hulp. We zagen hoe een stel jongens met een touw door de stroming naar de overkant werd getrokken en het was voor hen een hele toer om overeind te blijven. Het water kwam op die plek tot hun borst. Helaas konden we niet zien hoe het na de bocht met hen verder ging, maar ze waren wel snel terug. Wij gingen maar niet… te gevaarlijk. De man die de kaartjes verkocht zei: ‘Kom over een maand maar terug, dan is het water gezakt.’ Zo lang blijven we hier helaas niet.
We hebben een lange tijd op een plateau, een soort vlot op het water, gezeten met drankjes en fruit, zonnetje erbij – even lekker niks. Om halfdrie waren we weer terug en wederom namen we een duik in het zwembad!
Aan het eind van de dag hebben we gegeten in het Tloss Restaurant in Patara. De eigenaar en chefkok is Osman. Alcoholische dranken werden daar niet verkocht, maar we konden ze wel zelf halen in een winkeltje vlakbij. Dat heb ik dus gedaan en hierdoor hadden we heerlijke wijn. De glazen waren van het huis, maar we moesten de wijn wel zelf openmaken en inschenken. Het eten was trouwens heerlijk.








