Vandaag begonnen we met een bezoek aan de beroemde kalksteenterrassen in Pamukkale. Vanuit hotel Aspawa (of was het een pension?) was het maar een korte wandeling. De kalksteenterassen zijn een heel interessant natuurverschijnsel. In het bovendal van de Meander, een kronkelende rivier in het westen van Turkije die uitmondt in de Egeïsche Zee, zijn veel warmwaterbronnen. De bron bij het oude Hiërapolis is uniek: het water is daar 30-50 graden Celsius! In dit water zit opgelost calciumcarbonaat. Als dit water afkoelt, valt het uiteen in kooldioxyde, water en calciumcarbonaat ofwel kalk. De kalk zet zich af in dikke lagen en verstopt de afvoergoten, zodat er vlakke terrasvormige bekkens en diepe troggen ontstaan. De clou is dat de kalk van Pamukkale sneeuwwit is!
De hellingen lijken op een bevroren waterval. We moesten de schoenen uitdoen en vervolgens konden we over de kalkribbels lopen. Het water voelde warm aan je voeten. Zo klommen we naar boven; soms was het glibberig en soms niet. Het was fascinerend. Gelukkig waren er nog niet al te veel toeristen. Boven is het thermaalzwembad en konden we een duik nemen in dit warmwaterbad. Daarna maakten we een prachtige wandeling over de rand van de terrassen, met uitzicht over de bergen en de paragliders. Tot slot liepen we terug door de oude stad Hiërapolis.
We lunchten met een pannenkoekje in een straatje op de terugweg naar het hotel. ’s Middags bezochten we een kalkgrot. Het is 40 km rijden, maar de beloning viel een beetje tegen. De grot is weinig spectaculair: het stinkt en het is er aardedonker. Die kan ik voortaan wel van mijn programma schrappen!
We aten ’s avonds in het hotel (wat de pot schaft), maar het was lekker en de wijn was oké.




















