Dag 5: Kalksteenterrassen in Pamukkale

Vandaag begonnen we met een bezoek aan de beroemde kalksteenterrassen in Pamukkale. Vanuit hotel Aspawa (of was het een pension?) was het maar een korte wandeling. De kalksteenterassen zijn een heel interessant natuurverschijnsel. In het bovendal van de Meander, een kronkelende rivier in het westen van Turkije die uitmondt in de Egeïsche Zee, zijn veel warmwaterbronnen. De bron bij het oude Hiërapolis is uniek: het water is daar 30-50 graden Celsius! In dit water zit opgelost calciumcarbonaat. Als dit water afkoelt, valt het uiteen in kooldioxyde, water en calciumcarbonaat ofwel kalk. De kalk zet zich af in dikke lagen en verstopt de afvoergoten, zodat er vlakke terrasvormige bekkens en diepe troggen ontstaan. De clou is dat de kalk van Pamukkale sneeuwwit is!

De hellingen lijken op een bevroren waterval. We moesten de schoenen uitdoen en vervolgens konden we over de kalkribbels lopen. Het water voelde warm aan je voeten. Zo klommen we naar boven; soms was het glibberig en soms niet. Het was fascinerend. Gelukkig waren er nog niet al te veel toeristen. Boven is het thermaalzwembad en konden we een duik nemen in dit warmwaterbad. Daarna maakten we een prachtige wandeling over de rand van de terrassen, met uitzicht over de bergen en de paragliders. Tot slot liepen we terug door de oude stad Hiërapolis.

We lunchten met een pannenkoekje in een straatje op de terugweg naar het hotel. ’s Middags bezochten we een kalkgrot. Het is 40 km rijden, maar de beloning viel een beetje tegen. De grot is weinig spectaculair: het stinkt en het is er aardedonker. Die kan ik voortaan wel van mijn programma schrappen!

We aten ’s avonds in het hotel (wat de pot schaft), maar het was lekker en de wijn was oké.

Dag 4: Op weg naar Pamukkale

Vandaag vertrokken we om 9.40 uur uit Patara om naar Pamukkale te gaan. Onderweg hebben we allerlei uitstapjes gemaakt. We maakten een kleine omweg via Ölüdeniz, een sprookjesachtige baai ofwel the blue lagoon. We zijn een heel eind doorgereden tot we de baai ver beneden ons zagen liggen met allerlei resorts en all-inclusivevakantieparken. We telden veertien (!) tennisbanen. Vervolgens gingen we verder naar Kayaköy, de verlaten Griekse stad Livissi. Aan het begin van de 20ste eeuw was dit nog de grootste stad van de regio. In 1923, na de oorlog tussen Griekenland en Turkije, was er een gedwongen ‘bevolkingsruil’. Alle Grieken moesten Turkije verlaten. De stad raakte in verval; huizen hebben geen daken en ramen meer. De enige bewoners zijn langharige geiten en een enkele koe. Door het toerisme is er weer leven in de brouwerij gekomen; er zijn allerlei kraampjes en winkeltjes. We hebben er een ayran gedronken en trokken toen verder naar Pamukkale, niet via de kortste weg maar wel de mooiste! We reden dwars door de bergen, met veel haarspeldbochten, en voelden ons echte explorers. Bijna niemand was er op de weg, des te vreemder was het dus dat er een nieuwe weg aangelegd werd. Na een omleiding leek het of we verdwaald waren maar uiteindelijk kwamen we toch weer op de goede weg uit. Het was een lange rit en daarom vonden we dat we een korte pauze met koffie en gebak in Acipayan hadden verdiend. Daarna gingen we richting Denizli waar we aan de andere kant van de stad de witte kalksteenterrassen van Pamukkale al konden zien liggen. Het was al laat toen we in Pamukkale aankwamen. Bij een soort snackbar eten we een soepje en/of een broodje. Later in een bar raki gedronken, was heerlijk!

Dag 3: Vrije dag in Patara

Vandaag een vrije dag. Mijn groepsgenoten konden de dag dus naar keuze invullen, bijvoorbeeld met winkelen, wandelen, zwemmen, lezen of luieren. Ik heb een lange wandeling naar het strand gemaakt en daar in zee gezwommen. Op de terugweg heb ik rondgekeken in de oude havenstad van Patara, de geboorteplaats van Sint-Nicolaas.

Patara was een oude stad in Lycië, nabij het huidige Gelemiş in de Turkse provincie Antalya. Na Hellenisatie verkreeg de stad de naam Arsinoe (Ἀρσινόη). Patara is tevens de geboorteplaats van Sint-Nicolaas. Patara was een belangrijke handelsstad in de oudheid. Meer lezen…

Hieronder mijn foto’s van vandaag in Patara:

Dag 2: Patara, Tlos en Salikent

Het hotel heeft een zwembad, dus vóór het ontbijt zwemmen! Een heerlijk ontbijt overigens met omelet, tomaat, komkommer, olijven, kaas, jam en brood (en helaas oploskoffie van Nescafé!).

Hotel Pataros heeft een zwembad
Tlos

Vandaag stond Tlos op het programma. Tlos is een heel oude Lycische stad uit de 14de eeuw voor Christus. We reden over een zeer rustig binnendoorweggetje richting Tlos; geen auto gezien, maar wel veel kassen met tomaten en pepers. Op de bergen ligt hier en daar zelfs nog wat sneeuw. We konden lekker rondlopen tussen de ruïnes (helemaal niet druk), klommen omhoog en  hadden een mooi uitzicht over de koningsgraven, het theater, het stadion, de marktplaats en de hamam.

Inmiddels was het warm geworden en vonden we verkoeling in het Yakapark: een en al water, het kwam zelfs uit de bomen! Tussen het watergekletter aten we een gözleme, een hartig pannenkoekje, en dronken we er ayran bij, een soort karnemelk. De lege waterflesjes konden we in het Yakapark vullen. Het water is heel koud. Vandaar dus het bordje met de volgende aanbieding: wie 5 minuten in het koude water blijft, krijgt een gratis drankje en wie 15 minuten erin kan blijven, krijgt een gratis maaltijd. Niemand ging de uitdaging aan en volgens mij eet je na die 15 minuten niet meer wegens onderkoeling.

Ons volgende doel was Saklikent, een kloof met snel stromend water. Je kunt er doorheen lopen met speciale uitrusting (schoenen, touwen, helm) en bij het eerste stuk krijg je hulp. We zagen hoe een stel jongens met een touw door de stroming naar de overkant werd getrokken en het was voor hen een hele toer om overeind te blijven. Het water kwam op die plek tot hun borst. Helaas konden we niet zien hoe het na de bocht met hen verder ging, maar ze waren wel snel terug. Wij gingen maar niet… te gevaarlijk. De man die de kaartjes verkocht zei: ‘Kom over een maand maar terug, dan is het water gezakt.’ Zo lang blijven we hier helaas niet.

We hebben een lange tijd op een plateau, een soort vlot op het water, gezeten met drankjes en fruit, zonnetje erbij – even lekker niks. Om halfdrie waren we weer terug en wederom namen we een duik in het zwembad!

Aan het eind van de dag hebben we gegeten in het Tloss Restaurant in Patara. De eigenaar en chefkok is Osman. Alcoholische dranken werden daar niet verkocht, maar we konden ze wel zelf halen in een winkeltje vlakbij. Dat heb ik dus gedaan en hierdoor hadden we heerlijke wijn. De glazen waren van het huis,  maar we moesten de wijn wel zelf openmaken en inschenken. Het eten was trouwens heerlijk.

Dag 1: We gaan!

Gisteren vertrok ik met mijn groepje rond 11.00 uur van Schiphol. We kwamen om 15.30 uur (Turkse tijd) aan in Dalaman. Een spartaanse vlucht (met Onur Air): heel weinig beenruimte, geen service, drie euro voor een kop koffie (helaas ook nog eens oploskoffie!). Naast me zat een stel met een dochter van acht maanden. Gelukkig viel ze toch nog even in slaap. Dat was een intensieve vlucht voor de jonge ouders. De sfeer onder mijn reizigers bleef goed ondanks de ongemakken; ze keken vooral uit naar hun kennismaking met Turkije. Tijdens de vlucht lazen ze reisverhalen en bladerden ze door hun reisgidsen.


Hotel Pataros

Nadat we de vliegreis achter de rug hadden, konden we direct de bus in waarmee ik mijn reizigers naar ons eerste hotel zou brengen. Het was een lange rit (gelukkig met airco!) via Çamköy en Bekçiler en rond halfzeven waren we in ons hotel Sultan Pataros in Patara. Eigenlijk hadden we een heel voorspoedige reis! ’s Avonds aten we met de groep onze eerste Turkse maaltijd op een terras. De witte wijn smaakte naar water, maar het eten was lekker!

Nog twee dagen…

Over twee dagen is het zover: mijn eerste Turkije-trip als reisleider! Het is pilotreis, een proef. Ik ben zowel de gids als de chauffeur en maak een rondreis van tien dagen met vijf reizigers. Ik vervoer iedereen door middel van een busje; we trekken van hotel naar hotel. Momenteel ben ik nog bezig met de voorbereidingen: wat neem ik mee? En vooral: wat niet? Het volgende belandt in ieder geval in mijn koffer: camera plus oplader, telefoon plus oplader, laptop plus oplader (voor de webblog). En natuurlijk… veel reisgidsen en kaarten!